Vraag AMC: wetenschappelijke vorming in de bachelor

 

 Wat hebben jullie aan wetenschappelijke vorming in de bacheloropleiding en specifiek moeten studenten een bachelor "these"o.i.d maken?

 

VUMC       De lijn ‘wetenschappelijke vorming’ is aan het VUmc verworven in de algemene onderwijsdelen, hier wordt namelijk in verschillende practica en leergroepbijeenkomsten ook aan gewerkt. De wat meer op de voorgrond tredende onderdelen van de leerlijn zijn het  ‘Leeronderzoek 1’, ‘Leeronderzoek 2’ en het ‘WFO: wetenschappelijk focus onderwijs’.

Leeronderzoek 1: dit vindt plaatst aan het einde van het eerste studiejaar. De student wordt aangeleerd met SPSS te werken. Gedurende het gehele jaar zijn d.m.v. onder andere fysiologie-practica gegevens van het leerjaar verzameld. Aan de hand van deze resultaten kunnen studenten vanuit verschillende hoofdonderwerpen een onderzoeksvraag opstellen en een mini-onderzoek doen. De resultaten moeten na 2 weken tijdens een symposium op een poster worden gepresenteerd aan een jury. De beste 3 moeten vervolgens voor de gehele jaargang presenteren.

Leeronderzoek 2: dit vindt in de loop van het tweede semester van het tweede studiejaar plaats. Studenten kunnen zich inschrijven voor verschillende onderzoeksstromingen: fundamenteel, kwalitatief en kwantitatief. Zij worden dan vaak in groepjes van 2 of 4 begeleid door een begeleider van het lopende onderzoek. Studenten krijgen dan vaak de resultaten van een lopend onderzoek aangeboden om een onderzoeksvraag op te stellen, of kunnen afhankelijk van de onderzoeksstroming en het onderwerp, zelf data verzamelen (bijvoorbeeld MRI’s maken van medestudenten). Hier moet na twee weken een onderzoeksverslag van worden ingeleverd, inclusief abstract in het Engels.

WFO: Dit vindt plaats in het laatste blok van het derde studiejaar en wordt gezien als voorbereiding voor de wetenschappelijke stage van de masterfase. Het WFO duurt 6 weken, waarvan de eerste 2 weken een algemeen deel is met methodologie & statistiek. Deze twee weken worden afgesloten met een toets. De overige 4 weken worden opgevuld met het zelf doen van onderzoek. De student kan zich voor de volgende 10 focusgebieden opgeven: ‘Kind en Jeugd’, ‘Endocrinologie van neonaat tot bejaard’, ‘Bewegen’, ‘Gezondheidszorg en Cultuur’, ‘Medische ethiek, filosofie en medische geschiedenis’, ‘Neurowetenschappen’, ‘Extramurale geneeskunde’, ‘Oncologie’, ‘Immunologie en infectie’, ‘Hart en Vaten’.

De 4 weken worden opgedeeld in dagdelen, waarvan per dag een dagdeel wordt

besteedt aan verdiepende colleges en een dagdeel voor het schrijven van het

onderzoeksverslag/voorstel. Gedurende deze 4 weken worden in verschillende

foci vaak ook excursies georganiseerd naar bijvoorbeeld musea, een dagdeel

meelopen op de poli oncologie, rondleiding radiotherapie, bezoek aan

kinderpsychiatrisch centrum etc. Afhankelijk van het focusgebied wordt er

gedurende de 4 weken één of meerdere open-vragen-toets(en) afgenomen. In de

laatste week moet er (vaak) per tweetal een verslag worden ingeleverd en een

presentatie gegeven worden over het uitgevoerde onderzoek.

AMC          Onze wetenschappelijke vorming bestaat onder meer uit het vak Klinische en Wetenschappelijke methodologie, dat gegeven wordt in het 2e jaar van de bachelor. In dit vak leer je onder meer over onderzoeksmethoden, academisch schrijven, artikelen zoeken en  tests analyseren. In het derde jaar schrijven we een bachelorthesis.

LUMC        In jaar 1 maken de eerstejaars een propedeusewerkstuk aan de hand van een

literatuuronderzoek. Tijdens jaar 2 hebben wij een blok genaamd blok Wetenschappelijke Vorming waarin vooral de vaardigheden met betrekking tot het opzoeken, kritisch lezen en verwerken van wetenschappelijke artikelen centraal staan. Ten slotte hebben we in jaar drie een blok genaamd Inleiding Klinische Geneeskunde waarin wederom het opzoeken en kritisch lezen van wetenschappelijke papers getoets wordt. Gedurende dit jaar worden in elk

blok colleges verzorgt in het kader van wetenschappelijke vorming van studenten.

EMC           Bij ons loopt de lijn academische vorming door de hele bachelor. Deze houdt medische ethiek, filosofie, geschiedenis en recht in. Dit onderwijs wordt geïntegreerd in het thematisch onderwijs. In jaar 2 hebben we een hele week gewijd aan medische wetenschap en maatschappij. Daarnaast hebben we voor de wetenschappelijke vorming de Journal Clubs. In groepjes analyseren studenten wetenschappelijke artikelen en presenteren dit aan docent en studenten. In het blok keuzeonderwijs en in de minor wordt er van de studenten verwacht dat ze zelf een review schrijven en deze presenteren. De Bachelor wordt afgesloten met een essay. Dit essay wordt geschreven rondom een maatschappelijk thema en moet op academisch niveau geschreven worden en daarnaast met wetenschappelijke literatuur onderbouwd worden.

MUMC      Wetenschappelijke vorming in de nieuwe bachelor (sept. 2011) gebeurt op verschillende niveaus. In het Raamplan 2009 worden 7 competenties beschreven die een arts moet hebben, waaronder die van ‘academicus’. De verschillende onderdelen zijn:

-  Portfolio. In jaar 1 en 2 moeten studenten een portfolio bijhouden met daarin hun studieresultaten, de gevolgde (extra curriculaire) vakken en reflecteren op hun eigen ontwikkeling, mede nav CORE (zie verder). Hierin worden dus verschillende competenties onder de loep genomen en een mentor (alleen in jaar 1) bespreekt dit meermalen per jaar in een persoonlijk gesprek waarna hij het portfolio beoordeelt.

-  Onderwijsgroepen: in de onderwijsgroepen (volgens PGO systeem) moeten studenten in jaar 1 en 2 afwisselend gespreksleider (voorzitter) zijn en notulist (secretaris) waarbij ze dus ook deze vaardigheden ervaren, die ook worden geëvalueerd.

-  Blok overstijgende opdrachten (bijvoorbeeld “beeldvormende technieken”, opdracht over ‘chronische ziekten’, ‘persoonlijk formularium (farmacie)’ etc.)

-  Communicatie en Reflectie onderwijs (CORE): middels keuzemodules kunnen studenten aan hun communicatievaardigheden werken. Keuzemodules hebben een brede variëteit en richten zich op specifieke ‘zwaktes’ van studenten waar ze voor kunnen kiezen om daar meer over te leren. Denk aan: ‘respectvol doorvragen’, ‘klinisch redeneren’, ‘anamnese’ maar ook onderwerpen als ‘interculturele communicatie’, ‘omgaan met emoties’ en ‘medische professionaliteit’. Van deze keuzemodules moet men ook motiveren waarom die gekozen zijn (en niet een andere) en hiervan komt wat over in het portfolio.

-  College Geschiedenis van de Geneeskunde. In jaar 1 en 2 wordt er een college gegeven over de geschiedenis van de geneeskunde.

-  Gezondheidsrecht en gezondheidsethiek (GRGE): In jaar 3 (en in de master) moeten studenten een GRGE opdracht maken, een casus kritisch en vanuit ethisch en juridisch oogpunt beschrijven en daar een mening over vormen, die daarna in groepsverband wordt besproken.

-  Critical Appraisal of a Topic (CAT): In jaar 3 moeten studente elk blok (10weken) twee CAT opdrachten maken waar ze een wetenschappelijk artikel kritisch beoordelen aan de hand van een boek, het CAT boekje. De wetenschappelijke artikelen gaan over diagnostiek, prognose, therapie en follow-up. Hiermee worden zoekstrategieën in Pubmed aangeleerd en het kritisch beoordelen van een artikel. Ook is dit verbonden met statistiek onderwijs door de blokken heen.

-  Onderwijspoli’s: in jaar 3 gaan studenten elke week langs op de poli (gerelateerd aan dat blok) waar ze een anamnese en lichamelijk onderzoek kunnen oefenen in aanwezigheid van een arts. Deze poli’s worden in de volgende onderwijsgroep besproken, de student moet de patiënt (geanonimiseerd) presenteren middels een ppt en verbale toelichting.

-  VGT: ook de voortgangstoets (VGT) maakt onderdeel uit van de academische vorming, dit kan ook in het portfolio worden meegenomen. Het online programma pro-VGT laat je ontwikkeling zien per domein en per vak, wat studenten kan helpen zich in zwakkere vakken te verbeteren.

Een ‘bachelor thesis’ wordt alleen in de (facultaire) Honours Programma’s gedaan, waar studenten aan het einde van jaar 3 dus een thesis (of eigenlijk een review) moeten schrijven.

UMCN       Wetenschappelijke vorming is bij ons nu ook een punt van discussie. Er wordt gekeken naar meer lijnonderwijs hierin. Tot op heden hebben we 4 Medische Professionele Vorming blokken (van ieder 4 weken)  in de bachelor opgenomen. Hier worden o.a. de beginselen van onderzoek en statistiek uitgewerkt. Daarnaast zijn er 3 keuzeblokken in het 3e jaar, waar wetenschap sterk aanwezig is. Blokoverstijgend dient er dan ook een onderzoeksvoorstel geschreven te worden (80 uur).

UMCG       Mentorgroeponderwijs in alle jaren van de Bachelor. Daarin is o.a. aandacht voor de kenmerken van verschillende vormen van onderzoek, het beoordelen van literatuur en het schrijven van een onderzoeksprotocol. Opvallend: de Nederlandstalige Bachelor kent geen Bachelor these, de internationale wel.

UMCU       In Utrecht hebben we een apart blok AKWO (Architectuur van Klinisch Wetenschappelijk Onderzoek) dat wordt gegeven in het 3e jaar van de bachelor.

                   Doelstelling en inhoud

                   Doel van de cursus is dat u zich bij iedere stap van het medische handelen (diagnose, behandeling, voorspellen van de prognose) afvraagt in hoeverre beleid gebaseerd is op goed uitgevoerd wetenschappelijk onderzoek. In zes weken simuleert u zelf het proces van patiënt-gebonden wetenschappelijk onderzoek. Aan de hand van een klinisch probleem formuleert u een vraagstelling, u werkt een onderzoeksprotocol uit, verzamelt gegevens, analyseert en rapporteert. U krijgt inzicht in de opzet van etiologisch, diagnostisch, prognostisch en therapeutisch onderzoek en u bent later als clinicus in staat beter de resultaten van klinisch onderzoek te interpreteren.

                  Werkvormen in weekstramien

                  De cursus is opgebouwd rond een klinisch hoofdprobleem. U wordt zes weken door twee senior stafleden begeleid, een medisch specialist en een klinischepidemioloog.. Zij zijn aanwezig op de introductiemaandag en bij de wekelijkse presentaties op vrijdag. In groepen werkt U een vraagstelling uit. Iedere vrijdag wordt de voortgang van het onderzoek gepresenteerd. Daarnaast schrijft u iedere week een onderdeel van de totale rapportage. De hoofdbegeleiders introduceren na afloop van de presentaties de opdracht voor de volgende week. De theorie van opzet en architectuur van klinisch wetenschappelijk onderzoek wordt gedoceerd in colleges. Naast het blok AKWO in het 3e jaar, hebben we enkele (max 5) academische opdrachten te maken in de bachelor. Meestal moet aan de hand van wetenschappelijke artikelen die we analyseren en waarover we dan een stuk schrijven.

 

 

UMC's in Nederland

UMCG VUMC AMC LUMC UMCU Erasmus MC UMC St Radboud AZM


Persberichten
 
 
 
 
Intranet
 
 
 
 
 

 Inloggen/uitloggen